Informatie voor ouders over dyslexie 
 
 
Er komen regelmatig vragen binnen van ouders over dyslexie. Ouders zien bijvoorbeeld dat het leren lezen en spellen van hun kind wat langzamer op gang komt dan bij klasgenoten en vragen zich af of er wellicht sprake kan zijn van dyslexie.
 
Wat is dyslexie?
Dyslexie betekent letterlijk: ‘niet op de goede manier met geschreven taal kunnen omgaan’. Bij dyslexie kunnen zowel lees- als spellingsproblemen voorkomen, maar deze komen ook los van elkaar voor. Officieel wordt in Nederland dyslexie aangeduid als: ‘Een hardnekkig probleem met het aanleren van en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau.’ Ongeveer 10% van de basisschoolleerlingen heeft leesproblemen en ongeveer 3,6% heeft dyslexie. De lees- en spellingsproblemen ontstaan doordat kinderen met dyslexie te kampen hebben met een aantal problemen:
Ze hebben in de eerste plaats last van automatiseringsproblemen. Dat houdt in dat deze kinderen het lastig vinden om letters vlot te herkennen en te schrijven, dat ze moeilijk woorden direct herkennen, dat ze moeite hebben met het leren van bijvoorbeeld de tafels, enz.
Verder hebben deze kinderen vaak moeite met het verwerken van klanken. Ze horen daardoor bijvoorbeeld het verschil tussen klanken niet goed en vinden het lastig om woorden uiteen te rafelen in losse klanken. Tenslotte hebben dyslectische kinderen een zwak auditief geheugen. Dit betekent dat deze kinderen moeite hebben met het letterlijk en in de juiste volgorde onthouden van klanken, woorden en zinnen.
 
Oorzaken van dyslexie
De precieze oorzaak van dyslexie is nog niet bekend, maar wel is duidelijk dat het probleem ligt in de hersenen. Bij kinderen met dyslexie wordt  alle informatie die nieuw binnenkomt anders verwerkt en opgeslagen dan bij kinderen die niet dyslectisch zijn.
Ook staat vast dat er sprake is van erfelijkheid. Een kind dat één ouder heeft met dyslexie heeft 40 tot 50 % kans er ook aanleg voor te hebben.
 
Signalen van dyslexie
Kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig om het technisch lezen aan te leren. Daarom is het belangrijk dat dyslexie bij een kind zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. Dyslexie is op zijn vroegst pas eind groep 4 vast te stellen, als het aanvankelijk leesproces (groep 3) én een jaar voortgezet leesonderwijs  is doorlopen. Maar al eerder zijn er algemene kenmerken die kúnnen duiden op dyslexie.
 
Kinderen met dyslexie hebben vaak moeite:
-met het leren van de kleuren en het onthouden van versjes
-met verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu,
 u en ui
-met klanken in volgorde te zetten, zoals bij 'dorp' en 'drop' of '12' en '21'
-met de aandacht te houden bij 'klankinformatie' (gesproken woord)
-met het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels
-met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of
 gezegdes
-met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en
 jaartallen
 
Om deze signalen van dyslexie zo vroeg mogelijk te herkennen, hebben we op onze school voor groep 1 t/m 8 een dyslexieprotocol opgesteld. In dit protocol staan de stappen beschreven om leesproblemen en dyslexie tijdig te signaleren, maar geven ook handreikingen voor de aanpak van deze problemen. Wanneer er een achterstand in het leren lezen en spellen wordt gesignaleerd, krijgen kinderen extra instructie en oefening van de leerkracht en/of de intern begeleider. Deze extra hulp wordt verwerkt in een handelingsplan dat elke zes tot acht weken wordt geëvalueerd. Ook thuis wordt met de hulp van ouders extra geoefend.
 
Diagnose dyslexie
Dyslexie kan alleen vastgesteld worden door een psycholoog of orthopedagoog. Het stellen van de diagnose gebeurt op basis van twee criteria.
Het eerste criterium is dat van achterstand. Een kind moet een grote achterstand hebben op het gebied van lezen en/of spellen. Dat betekent dat een kind minimaal drie keer achter elkaar een E-score behaald moet hebben op een genormeerde toets op het gebied van technisch lezen op woordniveau en/of het gebied van spelling. Bij ons op school gebruiken we daar onder andere de Cito Drie Minuten Toets (DMT) en Cito Spelling voor. Als een leerling wel benedengemiddeld scoort, maar niet herhaaldelijk E-scores behaalt, kan dyslexie (nog) niet vastgesteld worden.
Het tweede criterium is de hardnekkigheid of didactische resistentie. Dit houdt in dat aantoonbaar gemaakt moet worden dat de achterstand op het gebied van lezen en/of spellen is ontstaan ondanks intensieve en gerichte hulp. Deze hulp moet beschreven zijn in handelingsplannen, die steeds aan het einde van een hulpperiode geëvalueerd zijn.
 
Dyslexieverklaring
Kinderen bij wie door een psycholoog of orthopedagoog is vastgesteld dat zij dyslectisch zijn, ontvangen van deze deskundige een verklaring, die hen het recht geeft op eventuele aanpassingen.
 
 
Vergoedingsregeling dyslexie
Sinds 1 januari 2009 zit diagnostiek en behandeling van ernstige dyslexie in het basispakket van de zorgverzekering. Deze vergoedingsregeling wordt stapsgewijs ingevoerd in de periode tot en met 2013. Dat betekent dat in 2009 alleen vergoed werd voor kinderen van 7 of 8 jaar. In de jaren daarna wordt de leeftijdsgrens steeds met een jaar opgetrokken.
In de principe is het niet de school die het onderzoek aanvraagt, maar in de praktijk doen de ouders dit altijd in overleg met school. Ouders zijn vrij in de keuze van de diagnosticus of behandelaar waar zij hun kind aanmelden, maar sommige zorgverzekeringen hebben nadere voorwaarden in hun polisvoorwaarden opgenomen. Het is daarom verstandig om altijd eerst contact op te nemen met de zorgverzekeraar. Uiteraard kan de school ook een diagnosticus aanbevelen. De school moet dan zorgen voor een leerlingdossier met daarin een beschrijving van de lees- en spellingsproblemen, toetsresultaten, kopieën van handelingsplannen, enz.
 
In het bezit van een dyslexieverklaring
De orthopedagoog of psycholoog die een dyslexieverklaring afgeeft, geeft in het onderzoeksverslag in de meeste gevallen ook adviezen over de maatregelen en hulpmiddelen waar een leerling baat bij heeft. Wij houden daar in ons onderwijs dan rekening mee. Met de leerling zelf en de ouders wordt besproken welke maatregelen en hulpmiddelen het beste aansluiten op de behoeften van deze leerling. Dat kan zijn het geven van meer tijd, te lezen teksten vergroot aanbieden, te lezen teksten in een gesproken versie afluisteren, de hoeveelheid te leren woorden bij spelling verminderen, een aangepaste normering hanteren bij het nakijken van schrijfopdrachten, enz.
De extra maatregelen en hulpmiddelen worden na het afgeven van de verklaring opnieuw verwerkt in het handelingsplan.
 
Dyslexie op internet
Meer informatie kunt u ook vinden op:
www.balansdigitaal.nl
www.masterplandyslexie.nl
www.steunpuntdyslexie.nl
 
 
Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, neem dan gerust contact op.
 
Met vriendelijke groet,
 
Vera Jaspers (Intern begeleider groep 1-2-3-4)
Mariska van Leuken (Intern begeleider groep 5-6-7-8)